
Dit zijn Gerben’s tips om veilig door de branding te komen – gebruikt in een van onze clinics.
Voorbereiding
- Markeer de zwaarden, waar ze niet onder de romp uitsteken.
- Hoe laat is Hoog Water?
- Wind- en golfhoogte verwachting. Het lastigst zijn hoge golven bij afnemende wind recht op de kant.
Vertrekken
Plaats aan de waterkant kiezen: let op verlijeren, strekdam, mui-stroom.
- Stroming langs de kant is anders dan op zee. Kijk naar het schuim.
Richting kiezen:
- Bezeild, of
- Bij wind recht op de kant: tegen stroom in. (stroom helpt je naar buiten)
Golf sets tellen en timen.

Aan de waterlijn: lijroer omhoog (als dat kan), loefroer sleept, joystick aan loefzijde, onderlijk instellen op windsterkte, grootschoot vastmaken aan zeil, voorlijkstrekker net aan (rimpels uit zeil) om power te genereren.
Boot is loefgierig, dus fok aan!
Aan de wind: overloop 30cm uit het midden,
Halve wind en ruime wind: overloop helemaal naar buiten.
Launch: maximaal kniediepte het water inlopen. Tegelijk aan boord stappen of de bemanning eerst (niet laten oploeven: de boot draait om degene die in het water staat),
Aan de wind en halve wind: grootschoot aan. Ruime wind: grootschoot los.
Snelheid maken, bemanning naar voren en vasthouden (stag, voetband).

Brekende golven: opschieter maken 5-10 graden aan lij van de golfrichting. Probeer de hoek zo te doseren dat de golf je weer terug op koers zet. Stuur niet recht tegen de golf in (dan ga je achteruit en word je stuurloos). De golf niet aan lij laten inkomen (dan ga je overstag).
Tussen de golven snelheid maken (afvallen).
Loefroer omlaag duwen als het kan (nog niet inklikken).
Puntje loefzwaard (bemanning moet hem vasthouden).
Ruim voorbij laatste banken: bijliggen (ook bemanning moet dit kunnen),
Roeren inklikken en zwaarden omlaag.
Lekker zeilen!
Terug naar het strand
Kies ruim tevoren een plek waar je wilt gaan landen. Let op zwemmers, andere watersporters en strekdammen omdat je stuurmogelijkheden in de branding beperkt zijn. Bepaal een plaats om bij te gaan liggen aan de hand van wind en stroming.
In het diepe: bijliggen, lijzwaard eruit, lijroer omhoog of losklikken,
Net voor zandbanken: loefzwaard omhoog (evt. puntje nog even laten staan om beter te kunnen sturen), loefroer losklikken.

Over de zandbanken: Bemanning haalt loefzwaard helemaal eruit. Sturen (deels) met de zeilen, precies in richting golven, bemanning achter zijstag of in het midden van de trampoline), vasthouden (stag, voetband).
Na zandbank loefroer terugduwen in het water om beter te kunnen sturen. (niet inklikken)
In de branding: probeer tussen de golven even hard te gaan als de golven.
Brekende golven recht van achteren laten inslaan. Roer recht. Meerijden met de golf.
Eventueel zwemmers, andere watersporters en wandelaars aanroepen.
Bij de kant: grootschoot helemaal los, bij weinig golven rustig aanleggen.
Op de kant: joystick aan boord leggen, aan loefzijde afstappen,
Let op dat de boot niet omslaat bij het afstappen,
Stuurman doet roeren helemaal omhoog, bemanning legt de boot in de wind, Voorlijkstrekker los.
Hi-five !
Boot achterlaten
Let op stijgen water na LW,
Grootschoot los van zeil,
Fok oprollen of losjes vast zodat hij niet klappert.
Oppassen voor winddraaiingen: eventueel het grootzeil laten zakken.
